|
De mens onderscheidt zich van alle andere
schepsels hierin dat hij in staat is uit het
stoffelijke iets hogers te maken. Hieruit
blijkt eens te meer dat we naar het beeld
van een scheppend God zijn gemaakt. Als
mens beschikken we over 'inspiratie', maar
niet over de inspiratiebron. Dat wil zeggen:
we kunnen het onstoffelijke onderscheiden,
vertolken en interpreteren, maar we kunnen
het onstoffelijke nooit zelf maken.
(Eigenlijk iets om heel diep over na te
denken en dan te zeggen: Eh, ja!)
Muziek raakt de ziel, zegt men vaak. En
dat is waar! Maar muziek kan de ziel ten
goede en ten kwade beroeren. Het woord
'muziek' bevat trouwens direct al een
verwijzing naar de 'muzen', dus de
goden en de geesten in de oudheid die de
kunstenaars inspireerden. In de biografiën
van diverse componisten leest men dat ook zij zich vaak door zaken lieten
inspireren als extreme angst, wanhoop of
depressiviteit. Een componist, een
liedjesschrijver legt zijn eigen ziel immers
in zijn 'schepping', in de muziek die hij
schrijft.
|
Een bijkomend aspect van muziek is het
volume. Harde muziek wekt een reactie op
in het lichaam van de luisteraar. Er komt
daarbij namelijk een bepaald hormoon vrij,
adrenaline, dat de mens onrustig en over-actief maakt. Vandaar dat in de voorbije
eeuwen bij oorlogen en veldslagen het
harde, snelle tromgeroffel (de voorloper
van de housebeat) niet weg te denken was.
Het was om de manschappen te
bemoedigen, maar vooral ook om hen op te
peppen (in een roes te brengen), hen in
oorlogsstemming te brengen en hen in staat
te stellen om te kunnen doden.
Opvallend is ook nog dat naarmate
hoogstaande culturen in verval begonnen te
raken, dat dan de muziek in volume
toenam en steeds pompeuzer werd. Een
voorbeeld hiervan zien we in het oude
Rome en ook in onze tijd lijkt het morele
verval hand in hand te gaan met een
toename van het aantal decibellen in onze
hedendaagse muziek. Hoogste tijd om eens
dieper op het verschijnsel in te gaan.
|