Terug naar: Vragen over...
Evolutie-theorie ...... racistisch gereedschap?
Evolutie-theorie ...... wetenschappelijk verantwoord?
Conclusie
Wat zegt de Bijbel?
Evolutie .... racistisch gereedschap?
De evolutie-filosofie bevordert en ondersteunt racisme, intolerantie en haat als een logisch voortvloeisel van de theorie over natuurlijke selectie en overleven van de sterkste. Vele mensen veronderstellen dat racisme alleen de huidskleur betreft, maar het gaat veel verder dan dat. Het betreft niet alleen huidskleur, maar ook nationaliteit, mentale vaardigheid, geslacht.
Het versterkt en bevordert een sociaal probleem, dat de levenskwaliteit van mensen aantast en waarden en normen geweld aandoen. We weten allen wat racisme heeft aangericht. Denken we aan het nazisme van Duitsland en de apartheid in Zuid-Afrika. Eén van de voornaamste redenen van het probleem is het onderwijs van de evolutie-theorie gedurende de laatste 150 jaar, vanwaar het zich verspreidde in maatschappij, media en overheid. De theorie en opvattingen van Charles Darwin zijn daarvan de voornaamste stimulator. Hij geloofde in de superioriteit van het blanke ras en de superioriteit van de man ten opzichte van de vrouw.
Misschien vraagt u zich af welk verband dit heeft met de evolutie-theorie? De basis-theorie van de evolutie stelt dat het leven is ontstaan uit een ééncellige amoebe. Deze amoebe zou vervolgens zichzelf ontwikkeld hebben tot een ondersoort van een hogere klasse en dat proces zou zich zo vele malen hebben voortgezet totdat er uiteindelijk mensen ontstonden, van waaruit het blanke ras voortkwam, het vermeende superieure ras. Om op dat punt te komen moesten honderden, misschien wel duizenden 'lagere' rassen uitsterven, die niet goed genoeg of niet intelligent genoeg waren om te overleven. Die stierven dus en wat over bleef naast het vermeende superieure ras zijn de inferieure wezens zoals dieren, zwarte mensen, gele mensen en vrouwen.
U denkt dat dit niet serieus gemeend kan zijn? Charles Darwin zelf zei het volgende over de superioriteit van de blanke mens:
“Ik zou kunnen aantonen, dat de natuurlijke selectie meer doet voor de voortgang van de beschaving, dan je geneigd schijnt aan te nemen. Het meer beschaafde, zogenoemde Kaukasische ras heeft het Turkse ras volkomen verslagen in de strijd om het bestaan. Kijken we niet eens zo ver terug in de geschiedenis van de wereld, wat is er dan een eindeloos aantal lagere rassen geëlimineerd door de hogere rassen.”
“In een toekomstige periode, in eeuwen uitgedrukt niet ver weg, zullen de beschaafde rassen bijna zeker de wilde rassen hebben uitgeroeid en vervangen. Tegelijk zullen ook ongetwijfeld de antropomorfe apen zijn uitgeroeid. De kloof zal dan verbreed zijn, want er zal groter onderscheid zijn tussen de mens in een beschaafdere staat, ... en de Kaukasiër en enige apen van het lage niveau als de baboon-aap, in plaats van de huidige kloof tussen neger en gorilla.”
Over vrouwen merkte Darwin het volgende op:
“Het wordt algemeen toegegeven, dat de krachten van intuïtie, vlugge opvatting en misschien van imitatie bij vrouwen sterker naar voren komen dan bij mannen; maar enige van deze eigenschappen zijn karakteristiek voor de lagere rassen en behoren dus tot een voorbije en lagere staat van beschaving.
Het voornaamste onderscheid tussen de intellectuele vermogens van de twee geslachten wordt daardoor aangetoond dat de man, een hogere waardigheid bereikt in wat hij ook onderneemt, dan de vrouw kan bereiken of dat nu diepe gedachten betreft, verstand of verbeelding dan wel alleen het gebruik van zintuigen en handen.”
Thomas Huxley, de naaste vriend van Darwin, zei het volgende over Afrikanen:
“Geen verstandig man, bekend met de feiten, gelooft dat de gemiddelde neger de gelijke, laat staan de superieur is van de blanke mens. Hier van uitgaande, is het eenvoudig ongeloofwaardig dat, afgezien nog van zijn minvermogens, hij in staat zou zijn om succesvol te wedijveren met zijn rivaal met meer hersen- en minder kaakinhoud, in een wedstrijd die wordt gehouden met het verstand en niet met bijten.”
Karl Marx en Hitler hebben veel van hun rassen-ideeën ontleend of afgeleid van de theorie over de natuurlijke selectie en het overleven van de sterksten.
Er is echter maar één ras: het menselijke ras.
Het begrip “rassen” is puur evolutionistisch. Alleen het vóórkomen van andere huidskleuren of verschillende gelaatstrekken, betekent niet dat er dus verschillende rassen bestaan. Het betekent alleen dat mensen een verschillend etnisch uiterlijk hebben.
In werkelijkheid is er ook maar één huidskleurpigment in de mens.
Hoeveel melanine er in de huid is, wordt genetisch bepaald. Het is een feit, dat het nageslacht van twee kleurlingen al in de eerste generatie kleurschakeringen van bijna blank tot bijna zwart toont.
Voor de oplossing van het probleem van racisme zou men moeten stoppen met het onderwijzen van de evolutie-theorie. Want dan zou men stoppen met kinderen te leren, dat zij beter zijn dan iemand anders omdat zij blank of zwart zijn, lelijk of mooi, intelligent of minder begaafd. Als in de toekomst onderwezen zou worden, dat mensen gelijkwaardig zijn ongeacht geslacht, leeftijd, huidskleur of intelligentie-niveau zouden we uiteindelijk een niet-racistische maatschappij verkrijgen.
Wel wordt gelukkig in veel landen racisme (althans officiëel) van de hand gewezen. Maar dat gebeurt op een manier, die veel weg heeft van symptoombestrijding.
De symptomen worden onderdrukt maar de eigenlijke oorzaak, de evolutie-theorie, blijft onderwezen worden en de vele feiten, die tegenstrijdig zijn met deze theorie worden systematisch genegeerd! Ja, onderwijs van creationisme naast de evolutie-theorie wordt door de voorstanders van deze theorie resoluut van de hand gewezen.
Daarom kan men zich afvragen: is
(top)
Evolutie .... wetenschappelijk verantwoord?
Velen leven in de veronderstelling dat het leven op aarde miljoenen jaren oud is, evenals de fossielen en gesteenten. Dat is nu eenmaal wat de wetenschap leert en de publieke opinie beweert.
Het is inderdaad een kwestie van wetenschap. Dus van weten, maar dan wel een weten dat zich baseert op feiten en niet op frauduleuze voorstellingen, zoals bijv. met een reeks foetus-afbeeldingen, waarmee de embryonale weergave van de evolutie zou zijn weergegeven.
Of op verhaaltjes zoals over de Piltdown-mens. Diens schedel heeft 40 jaar in het British Museum gelegen totdat het duidelijk werd dat het ging om de kaak van een orang-oetang; zodanig gevijld dat ze in een menselijke schedel pasten, terwijl de tanden afkomstig waren van mensen, maar bijgevijld, zodat ze op de tanden van een aap leken. Het geheel geverfd zodat het leek alsof het om oude resten ging. Enige honderden doctorandi promoveerden op dissertaties over de Piltdown-mens.
Of staan we even stil bij de Nebraska-mens. Die kreeg zelfs een plaats in de stamboom, die leidde naar de mens. Vervolgens ontdekte men, dat er maar zeer weinig resten van dat skelet waren. Om eerlijk te zijn: het ging eigenlijk maar om één tand. Dr. Henry F.O. had een kaak rondom deze tand getekend en vervolgens een schedel rondom deze kaak. Uiteindelijk bleek na onderzoek dat deze tand afkomstig was van een zwijn.
Of over de archaeopterix-vogel, waarvan een fossiel in het British Museum een vervalsing bleek te zijn, zoals aangetoond door F. Hoyle en een team van wetenschappers.
Er zijn heel veel feiten die de evolutie-theorie tegenspreken, waarvan hieronder een 30-tal worden vermeld:
1. De ontwikkeling van de ene soort in de andere soort is in de huidige tijd op geen enkele meetbare wijze te vinden. Evenmin kan bewezen worden dat dat in het verleden wel gebeurd is.
2. Nieuw soorten organismen, die uit voorgaande soorten voortkomen, worden niet gevonden. (We 'ontdekken' nieuwe soorten, die nog niet eerder gecatalogiseerd waren, maar dat toont alleen onze onwetendheid omtrent hun bestaan).
3. Evenmin wordt het ontstaan van nieuwe structuren of organen waargenomen. Alle waargenomen structuren of organen worden volledig gevormd zoals ze voor het eerst werden waargenomen. (De enige waargenomen veranderingen blijken toe te schrijven aan verval en degeneratie).
4. Er bestaan duidelijk verschillen tussen de bekende soorten organismen. Het ene soort verandert niet in het andere soort. En de “missing links” worden niet gevonden. Ze ontbreken omdat ze niet bestaan.
5. Leven komt alleen voort uit leven en reproduceert het eigen soort. Leven komt niet voort uit niet-levend materiaal. Leven brengt ook niet spontaan nieuw leven voort.
6. Mutaties, de vermeende aandrijvingskrachten van de evolutie, komen alleen willekeurig voor in de natuur en zijn van nature neutraal of schadelijk. Mutaties produceren het verkeerde soort wijzigingen en brengen niet de, door evolutionisten beweerde 'stijgende' progressieve toename in intelligentie of complexiteit.
7. In de natuur vinden we stagnatie, geen wijziging. In de wereld van de fossielen vinden we evenmin wijziging en ook niet in de tegenwoordige tijd. Dieren en planten uit deze tijd hebben hetzelfde uiterlijk behouden, maar zijn kleiner dan hun voorgeslacht.
8. De lagen met fossielen in de grond worden niet gevonden in een mooie, keurig nette volgorde zoals evolutionisten dat in hun tekstboeken illustreren. Er is niet één plaats op deze aarde, waar je recht naar beneden gravend, de lagen met fossielen passeert in de volgorde van die tekstboeken. Die keurige volgorde van netjes op elkaar gestapelde lagen bestaat niet in de natuur. De lagen met fossielen worden in werkelijkheid aangetroffen in wanorde en door elkaar. Ondersteboven (rugwaarts in termen van evolutionisten), ontbrekend, of vermengd (jongere en oudere lagen in repeterende volgorde). In de natuur zijn fossielen in wanorde regel en geen uitzondering, zo blijkt uit de vindplaatsen.
9. Polystrate fossielen, fossielen die door twee of meer lagen heengaan (vaak bomen), zijn heel normaal in de wereld van de fossielen. In zeldzame gevallen zijn zelfs grote dierlijke skeletten in meerdere lagen aangetroffen in meer verticale dan horizontale positie.
10. Levensvormen blijken complex te zijn, zelfs die welke werden aangetroffen in de ''oudste' lagen van het fossiele verleden. Zo blijken verschillende soorten trilobieten (geleedpotige zeediertjes) een zeer geavanceerd gezichtsvermogen te hebben. Toch beweren evolutionisten dat deze wezentjes zich waarschijnlijk geleidelijk ontwikkeld hebben in de tijd dat de eerste meervoudige levensvormen zich beginnen te ontwikkelen, zo'n veronderstelde 620 miljoen jaren geleden.
11. De natuur geeft ons geen bewijs van de vermeende “boom des levens”, waar de evolutionisten zo makkelijk over praten. We vinden geen leven, dat eenvoudig begint en zich opwaarts en zijwaarts vertakt naarmate het complexer wordt. Wij vinden geen levensvormen, die het patroon volgen van een eenvoudige boomstam met vele takken. De tastbare werkelijkheid die de natuur wel geeft, lijkt veel meer op een zeer omvangrijke boomgaard. Met alle dieren en planten daarin vanaf het begin vertegenwoordigd met hun eigen stammen en takken, te weten de variaties binnen de soorten, zoals we die vandaag kennen. Maar geen nieuwe soorten, die voortkomen uit voorgaande soorten.
12. Overgangsvormen zijn niet gevonden onder de fossielen. We hebben nooit een fossiel gevonden hebben van plant of dier dat een echte tussenvorm voorstelt, ondaks alles wat ons verteld is. De 'missing link' mist, omdat die niet bestaat.
13. Pas op voor artistieke weergaven. De uitbeelding, ontwerp of illustratie door een kunstenaar zijn een product van zijn voorstelling. Een artistieke weergave van een koe, die een walvis wordt, maakt dat nog niet tot werkelijkheid. Wensen en verbeelding brengen geen bewijs.
14. De mens uit de oudheid was niet primitief. De talen uit de oude menselijke culturen waren gecompliceerder dan die van vandaag. Er heeft nooit zoiets bestaan als het stenen tijdperk, bronzen tijdperk of ijzeren tijdperk. De mens gebruikte stenen, bronzen en ijzeren werktuigen in alle tijden van menselijke activiteiten.
15. De wet van oorzaak en gevolg stelt niet alleen, dat er voor elk effect een oorzaak moet zijn. Deze wet leert ook, dat de oorzaak groter moet zijn dan het effect. Men verkrijgt geen vermeerdering van intelligentie of complexiteit zonder de invoer vanuit een grotere intelligentie.
16. De eerste en tweede wet van de thermo-dynamica werken tegengesteld aan de evolutie-theorie.
De eerste wet -die van het behoud van energie- bewijst dat het universum niet de reden kan zijn van haar eigen bestaan. Overeenkomstig deze eerste wet kan het universum niet minder geweest zijn dan het is en als het niet minder geweest is dan het nu is, kan het alleen maar in zijn geheel en compleet tot stand gekomen zijn. Als het alleen zo tot stand gekomen is, kan het alleen maar geschapen zijn. Alleen maar het toevoegen van energie aan een systeem veroorzaakt geen vermeerdering van intelligentie of complexiteit. Toevoegen van ongerichte energie aan een systeem bereikt niets dan de verwoesting van het betreffende systeem.
De tweede wet van de thermodynamica -de wet van de entropie- bewijst dat evolutie een onmogelijkheid is. Deze tweede wet bepaalt, dat in elke activiteit een deel van de energie onbruikbaar wordt voor verdere nuttige aanwending. De ontwikkeling van het universum gaat niet vooruit, maar achteruit.
17. Het concept van een “grote knal” waardoor het universum werd voortgebracht, is absoluut onlogisch. Explosies brengen geen steeds toenemende ordening en structuur. Zelfs een kind kan dat nog waarnemen. Explosies breken dingen af, verwoesten datgene wat voorheen geordend was.
18. Er bestaat geen bewezen methode in de natuur, waardoor sterren zouden worden geboren. De gaswetten bewijzen, dat de druk van hete gassen zich vanuit het centrum uitbreidt en veel sterker is dan de werking van de zwaartekracht, die die gassen naar het middelpunt trekt. Sterren kunnen niet door ontwikkeling tot bestaan zijn gekomen.
19. De wet van de biogenese -de wet van het begin van leven- stelt terecht dat leven alleen uit leven kan voortkomen en dat leven alleen leven voortbrengt overeenkomstig het eigen soort. Leven kan niet spontaan leven voortbrengen en levensvormen veranderen niet van de ene in de andere soort.
20. De inbreng van ongerichte energie brengt niets tot stand. De inbreng van ongerichte energie zal een systeem verwoesten, niet opbouwen. Alleen de inbreng van een grotere intelligentie zal een nuttige vermeerdering in ordening of complexiteit tot stand kunnen brengen.
21. Niet alleen moet er sprake zijn van een hogere intelligentie teneinde ordening of complexiteit te vergroten. Een dergelijke vermeerdering moet ook tot stand komen volgens een vooropgezet plan. Geen enkele bouwer zal bouwen zonder eerst over een plan te beschikken, een blauwdruk.
22. Wil evolutie waar zijn dan moeten atomen bij toeval bruikbare moleculen vormen zoals enzymen, amino-aciden en proteïnen. Het is mathematisch onmogelijk dat dergelijke moleculen, laat staan het veel grotere DNA-molecuul, door een toevallige samenloop van omstandigheden zouden kunnen worden gevormd.
23. Natuurlijke selectie en het overleven van de sterksten worden verondersteld de drijvende krachten van de progressieve opwaartse evolutie te zijn. Voor een veronderstelde overgangsvorm is daarin geen plaats. Een overgangsvorm als een half-ontwikkeld oog of een half-ontwikkelde vleugel zou niet zinvol zijn. Het bestaan van dergelijke structuren zou alleen maar schadelijk zijn en slechts dienen tot het afbreken van de betreffende dragers van zulke structuren.
24. De veronderstelde tussenvormen zoals door de evolutietheorie aangenomen, bestaan niet. De ontbrekende schakels ontbreken omdat ze niet bestaan. Schubben van het pantser van een reptiel worden geen veren en kunnen dat ook niet worden. De structuren van schubben en veren ontstaan uit verschillende cellen in het celweefsel.
25. Levende organismen zijn ongelofelijk complex en hebben de specifieke eigenschappen van een ontwerp.
Denkt u bijvoorbeeld eens aan de tong van een specht, aan insect-metamorfose, het hart van en slagadersysteem van een giraffe, de voet van een gekko en het menselijk oog of de menselijke hersenen. Een lijst die nog veel verder kan worden uitgebreid.
26. Eéncellige organismen zoals bacteriën, amoeben en algen hebben dezelfde graad van complexiteit als meercellige organismen. Ook zij hebben een skelet, een ademhalingssysteem, spijsverterings- en afweersysteem, circulatiesystemen, reproductie-, besturings- en communicatiesystemen.
27. Levensvormen zijn onherleidbaar complex. Om RNA te kunnen aanmaken moet DNA al compleet aanwezig zijn. Om DNA te kunnen aanmaken moet RNA al compleet aanwezig zijn. Bovendien zijn voor de aanmaak van een DNA-molecuul nog eens ongeveer 70 proteïnen vereist, maar om deze proteïnen te kunnen maken moet eerst weer complete DNA aanwezig zijn.
28. Als wij een ontwerp zien, weten we dat er een ontwerper moet zijn. De menselijke geest weet van nature het verschil tussen toeval en ontwerp. Als wij een plastic kam zien, een van de eenvoudigste structuren ooit ontworpen en uit één stuk gemaakt, dan weten wij dat het ontworpen is en gemaakt door intelligente inspanning. Het bestaan van een plastic haarkam is niet bij toeval tot stand gekomen.
Als wij drie stenen zien liggen op de bodem van een helder riviertje weten we dat ze daar liggen door de willekeurige krachten van het stromende water. Maar als wij die drie stenen zien opgestapeld aan de andere oever van dat riviertje dan weten we dat dat gebeurd is door intelligentie niet in, maar buiten die stenen.
De hele natuur door zien wij planmatigheden. Bij goede gezondheid stolt bloed zodra het buiten het lichaam komt, anders sterft een mens. Maar inwendig stolt het bloed niet; dat zou ook dodelijk zijn voor de mens. Ook blijft het bloed niet stollen, zodra het eenmaal aan de buitenkant van het lichaam gestold is. De moleculaire krachtbronnen die de cilia van een cel in beweging brengen, lijken precies op kleine elektrische motortjes, compleet met lagertjes, asjes en behuizing. Onze lichamen moeten beslissen over het al dan niet accepteren van vreemde substanties; anders zou ons immuniteits-systeem niet werken. Bovendien moeten onze lichamen effectieve tegenmaatregelen nemen, waar we ook nog niet zelf aan ten gronde moeten gaan.
29. Charles Darwin stelde, dat het bestaan van onontwikkelde en achteruitgaande organen en structuren in het menselijk lichaam essentiële bewijzen zouden zijn van evolutie. Het is inmiddels vastgesteld, dat er in het menselijk lichaam geen onontwikkelde en geen achteruitgaande organen of structuren bestaan.
30. Evolutionaire theorieën zijn niet in staat om het bestaan uit te leggen van de geslachten, symbiose of altruïsme.
(top)
Conclusie:
Het zou goed zijn om creationisme en evolutie-theorie naast elkaar op de scholen te onderwijzen. Daarvoor wordt door de schrijver en niet alleen door hem met aandrang gepleit. Veel tegenstand voor dit naast elkaar onderwijzen komt echter van de zijde der evolutionisten. Maar wat is er dan gevaarlijk voor hun opvatting? De bovenstaande factoren?
Zeker, maar de verstoring van de werken des duivels door het geloof in de schepping is ongetwijfeld het grootste gevaar.
Daarom wordt vast gehouden aan de evolutietheorie. In deze theorie vindt men de “morele rechtvaardiging” van de opvatting, dat er geen God zou bestaan. En dat er geen zonde bestaat.
(top)
Wat zegt de Bijbel?
De Bijbel maakt duidelijk dat deze evolutie-theorie een misleiding is, zoals we al kunnen lezen in het eerste hoofdstuk van de Bijbel en op andere plaatsen in dit woord van God, zoals in
Psalm 19 vers 2-5a:
De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen.
De dag aan de dag stort overvloedig spraak uit, en de nacht aan de nacht toont wetenschap.
Geen spraak en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord.
Hun richtsnoer gaat uit over de ganse aarde en hun redenen aan het einde der wereld;
en Psalm 8 vers 4-6:
Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;
Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?
En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?
Kol.1 vers 16b-17: .... alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem;....
en Openb.4 vers 11: Gij, Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer; en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.
Bovenstaand artikel is een enigszins aangepaste samenvatting van twee artikelen van de hand van prof. dr. Grady Mc Murtry.
(top)